Beplanting

Bomen, struiken, planten en grassen in je tuin zorgen voor sfeer, verkoeling op hete dagen en verkleinen de kans op wateroverlast. Daarnaast bieden ze voor veel dieren bescherming en voedsel.

Kortom, een groene en bloeiende tuin heeft voordelen voor jezelf en de natuur. Hoe zit dat?

Water

Kale grond droog snel uit en vormt een harde korst om vocht in de grond vast te kunnen houden. Als het hard regent, slaat de grond dicht en kan het bijna geen regenwater opnemen. Het water stroomt dan direct naar de laagste plek en uiteindelijk in het riool.

Een stuk grond met bomen of planten slaat veel minder snel dicht. De begroeiing zorgt voor schaduw, de grond droogt niet zo vlug uit en wortels houden de grond luchtig is. Regenwater kan daarom makkelijker de grond inzakken. Zie ook de pagina Tegels eruit, groen erin.

Hitte

Bomen zijn de airco’s van de natuur. Ze zorgen voor schaduw en verdampen vocht. De bodem warmt daardoor tijdens zomerhitte minder snel op en de verdamping zorgt voor verkoeling. Dat heb je vast wel eens gemerkt als je op een tropische zomerdag onder een paar bomen in een parkje door loopt. Het is er een paar graden koeler dan op straat.

Asfalt, stenen, klinkers nemen juist warmte op en warmen je tuin en de stad juist op. Je hebt vast wel eens gevoeld hoe ’s avonds de warmte van een muur afstraalt.

Aan de slag

Heb je een beetje groene vingers, dan weet je waarschijnlijk wel waar je zoal aan moet denken als je je tuin gaat vergroenen. Heb je ‘niks’ met groen, dan is het goed om over paar zaken na te denken voordat je aan de slag gaat.

Plant je een boom? Kies dan een soort die past op de plek waar je hem wil planten, de ruimte die je hebt en bij je wensen. Is het natte grond of droge grond? Is het een zonnige plek of juist niet? Heb je veel ruimte of niet? Wil je schaduw of niet? Een boom die mooi bloeit en/of voedsel geeft voor dieren?

Heb je bijvoorbeeld niet veel ruimte, wil je wat schaduw en zorgen voor voedsel voor dieren? Knotbomen of leibomen zoals wilgen, lindes, elzen en veldesdoorn kunnen, als je ze geregeld snoeit, heel oud worden zonder dat ze te groot worden. Fruitbomen of sierfruitbomen worden vaak niet heel groot, kunnen goed tegen snoei en leveren met hun bloesem en vruchten nectar en voedsel voor insecten en vogels.

Heb je weinig ruimte of wil je graag meerdere soorten in je tuin? Kies dan voor een of meer struiken. Die kun je heel goed (in allerlei vormen) snoeien en zijn waardevol voor vogels. Ze bieden bescherming en broedgelegenheid en bovendien vaak voedsel, omdat ze bessen dragen of insecten aantrekken. Inheemse soorten zijn meestal waardevoller voor stadsdieren dan uitheemse planten.

Wil je ook een grasveld? Gewoon gras moet je in de zomer bijna wekelijks maaien. Wil je liever niet te veel onderhoud, denk dan eens aan een kruidenrijk grasveld ofwel bloemenweide. Dat is een mix van (hogere) grassoorten en bloemen. Een lust voor het oog én het biedt ook schuil- en overwinteringsplaatsen voor allerlei insecten en vlinders. Van het voor- tot najaar levert het nectar en stuifmeel voor vlinders, bijen, zweefvliegen en veel andere insecten.

Een kruidenrijk grasveld zorgt ook voor een rijk bodemleven. Regenwormen, slakjes en duizendpoten houden de bodem luchtig, waardoor regenwater makkelijker kan wegzakken. Ze helpen ook plantenresten om te zetten in humus – goed voor de planten – en zijn weer voedsel voor andere dieren, met name vogels.

Een bloemenweide maai je maar 1 of 2 keer per jaar met een sikkel of zeis. Minder werk dus. Wat je afsnijdt, laat je een week of wat liggen. Zo kan het zaad eruit vallen. Het maaisel kan daarna in de groenbak, op de composthoop of gebruikt worden om kale grond mee af te dekken.

Wat je ook gaat doen: kijk wat je mogelijkheden zijn en laat je goed informeren. Veel informatie is te vinden op het internet, bijvoorbeeld op de website van De Wilde Weelde. Open tuinenroutes zijn leuk voor inspiratie. Uiteraard kun je voor inspiratie en vragen ook terecht bij een tuincentrum of hovenier.